Hypoglycemie, ‘hypo’

Wat is een hypo?

Een hypoglycemie wordt meestal een ‘hypo’ genoemd. Deze term wordt ook wel omschreven als ‘hypoglycaemie’ of ‘hypoglykemie’. Deze terminologieën duiden allemaal op hetzelfde verschijnsel, namelijk dusdanig verlaagde bloedsuikerwaarden (beneden 4 mmol/l) dat er klachten ontstaan. Een hypoglycemie komt vrijwel uitsluitend voor bij iemand met diabetes mellitus die insuline of bloedsuikerverlagende medicijnen gebruikt.

Oorzaak hypoglycemie: een te lage bloedsuiker

In de meeste gevallen resulteert een hypo vanwege te weinig of te laat eten. De insuline of andere bloedsuikerverlagende medicatie is dan al werkzaam terwijl er nog geen sprake is van nieuwe bevoorrading van bloedsuiker vanuit de voeding. Hierdoor kan een te lage bloedsuiker ontstaan.

Een andere oorzaak kan zijn dat er te veel medicatie is toegediend, dat iemand met diabetes meer lichaamsbeweging heeft dan gemiddeld, een hoge buitentemperatuur wat resulteert in snellere opname van insuline, te veel alcohol of een interactie met andere medicijnen die het bloedsuikerverlagende effect van de diabetes medicatie versterken.

Symptomen hypo

De symptomen bij een hypo kunnen per diabetes patiënt verschillen. Enkele verschijnselen kunnen zijn:

  • een trillerig en hongerig gevoel
  • transpireren
  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • een prikkelend gevoel in de lippen
  • hartkloppingen
  • sufheid
  • gedragsveranderingen, zoals een gevoel van onrust of agressie
  • Ernstige verlaging van de bloedsuikerspiegel (beneden de 1 tot 2 mmol/l) kan resulteren in symptomen zoals spraakuitval, agressiviteit, onwillekeurige spierbewegingen, voorbijgaande verlammingen en/of coma (bewustzijnsverlies). Bij een langdurige bloedsuikerspiegel beneden de 1 mmol/l kan een patiënt blijvende hersenbeschadiging oplopen of komen te overlijden.

    Behandeling hypoglycemie

    Als de patiënt hier zelf nog toe in staat is, direct koolhydraten of suikers innemen die snel worden opgenomen door het lichaam. Bijvoorbeeld suikerklontjes, druivensuikertabletten, suikerhoudende frisdrank of eventueel honing of limonadesiroop. Bel ook uw huisarts. Daarna langzamere koolhydraten door bijvoorbeeld een boterham te eten. Als de patiënt niet meer in staat is tot zelfhulp, moet een arts zo snel mogelijk glucose inspuiten of glucagon toedienen. Zo lang een arts nog niet ter plaatse is, kan het helpen om alvast een beetje honing of stroop aan de binnenkant van de wangen van de patiënt te smeren zodat het mondslijmvlies dit kan opnemen. Het advies is om bij uw behandelend arts of verpleegkundige te informeren naar hun adviezen bij een hypo, u kunt maar beter het zekere voor het onzekere nemen en zo goed mogelijk voorbereid zijn. Bovendien is het verstandig om een ketting te dragen waarop staat dat u diabetes hebt en welke medicijnen u gebruikt.

    Share Button
     

    Leave a Comment

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

    Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.